We lagen op een soort tafels onder een rieten dak – het was bloedheet, bij iedere draai kraakte alles, de hanen begonnen om 3 uur al te kraaien. Een gebroken nacht is een understatement. Nou ja, voor deze keer.
’s-Ochtends maakten we kennis met de eigenaar van de Homestay. Het was een wat oudere man, en het eerste wat opviel was zijn goede Engels. Na een korte rondleiding door de tuin (ze eten hier echt iedere plant en/of zijn fruit) had laten kennismaken met nog wat meer planten en fruit vertelde de baas dat hij vroeger in het Zuid-Vietnamese leger had gezeten. De eerste 15 jaar na de hereniging, zo zei hij, was Vietnam gelijk aan Noord-Korea – geen pretje, en al helemaal niet voor hen die met de Amerikanen hadden geheuld. De officieren werden gedetineerd, en ook het voetvolk is ongetwijfeld “heropgevoed”.
We vervolgden onze fietstocht om een uur of 8, opnieuw over brommerpaden, nog wat landelijker dan gisteren – auto’s zijn in deze contreien buitengewoon schaars. De eerste echte weg wordt nog aangelegd. Zelfs voor de Grote Weg #1 van Saigon naar het zuiden, met een prachtige brug er in volstaat een rijstrook in iedere richting, waarop brommertjes en auto’s strijden om ruimte.
Waar we hier ook komen, treft het ons dat er steeds concentraties zijn van ambachten en winkels. In Hanoi was een aantal schoenenstraten, had je kledingstraten, reisbureaustraten. Op het platteland vind je dit ook – opeens kom je in een dorp waar niet één, maar een tiental metaalbewerkers aan de weg trapleuningen en bed-frames zitten te lassen. Of meubels te timmeren. Ambachten zoeken elkaar op – net als in de Nederlandse steden eeuwen terug – denk maar aan de Stoeldraaiersstraat of het Warmoezenierspad.
Na een km of 17 (volgens Vinh – die een vrij optimistische kijk op afstanden leek te hebben) kwamen we bij ons busje dat ergens bij een binnenplaatsje stond geparkeerd – wat ons tot de conclusie deed komen dat de trip er op zat. Het bleek echter slechts een rustpauze want daarna ging de tocht weer verder – al was hier wat ouderlijke overredingskracht voor nodig. 12 Vinh-kilometers later – opnieuw door het prachtig groene tropische landschap – stonden we in Ben Tre, het eindpunt van de tocht. Eindpunt? Ehrm – waarom gaan we dan opnieuw met fiets en al aan boord van een bootje… “Wie iet dina at hostay”. Diner zal wel lunch zijn, homestay – huh, the same homestay? “No diefa ho stay”. Ah different. Spannend.
We voeren door een zeer mooi smal kronkelig rustig (afgezien van de vrachtboot waar voor wij af en toe moesten wijken) riviertje dwars door de jungle. Nou ja, jungle, Maaike sprak daar gisteren ook al van in de blog – laat het duidelijk zijn dat er wel overal mensen wonen, die het land en alles wat er op groeit gebruiken. Meer cultuurland dan natuur. Kokospalmen, drakenfruitbomen, ananassen, rijst, komkommers, bananen – het ziet er allemaal super-tropisch uit, maar echte jungle is het al lang niet meer. Het kostte ons desalniettemin weinig moeite om ons de GI’s voor te stellen die hier dezelfde kanaaltjes en riviertjes bevaren moeten hebben – niet te benijden.
De home stay lag er sprookjesachtig bij – en we hebben er heerlijk gegeten, eventjes in een hangmat geluierd. We zagen er trouwens ook de eerste toeristen sinds Saigon. Nog ‘maar’ 5 (Vinh-)kilometertjes fietsen, terug naar Ben Tré, waar we er dan toch echt de finish was. De chauffeur wachtte ons op met ijskoude handdoekjes en koud water - mmm, welverdiend! De reis terug naar Saigon leek korter dan de heenweg (we zullen wel even weggedommeld zijn).
We checkten terug in in hetzelfde hotel, werkten de blog bij, aten nog maar eens een pizzaatje hier om de hoek in het backpackersdistrict (geen gebrek aan toeristen hier dus ...) en besloten het morgen op de laatste (halve) dag rustig aan te doen – de Cu Chi tunnels schieten er dus helaas bij in .
Van Dordrecht naar ...
vrijdag 23 juli 2010
Meer avonturen in de Mekong
donderdag 22 juli 2010
Sporten in de Mekongdelta
We moesten vroeg uit de veren, want al om 8 uur zou onze gids ons komen ophalen voor een tweedaagse tocht naar de Mekongdelta. Zoals alle gidsen en chauffeurs deze reis was ook deze wat te vroeg. Gelukkig zaten we al braaf te wachten. Hij stelde zich voor als Vinh, maar we moesten hem Glory noemen dat vond hij mooier. Glory was een tengere man van naar wij later hoorden 29 jaar oud.Hij zag er
sportief uit, hij was geheel in mountainbikekleding gestoken. Dat beloofde heel wat!
We werden door een chauffeur in een busje in 2 en half uur naar de plaats van bestemming gereden. In het busje stonden vijf mountainbikes die er solide uit zagen. We kregen allemaal een fiets en een helm en Glory ging ons voor.
We reden niet zo lang, toen hij afstapte bij een boot. De fietsen werden op de boot gehesen en wij stapten aan boord. We waren de enige passagiers. De boot voer langs een drijvende markt (van Cai Be). Vince vertelde dat de markt om 4 uur 's ochtends heel druk is, maar het was inmiddels een uur of 11 dus we waren veel te laat. Toch was het een leuk gezicht. Op de boten van de parlevinkers (daar deden ze mij aan denken omdat ze associaties opriepen met Rozemarijntje en Rooie Pier) werd het artikel dat men te koop aanbood in de mast gehesen: dus bijv een mango of een meloen.
Na een uur legde de boot aan bij een eiland. We gingen een fietstocht over het eiland maken. We fietsten over scooterpaden die in de jungle waren aangelegd ten behoeve van de bevolking: betonnen paden in een schilderachtige groene omgeving. We fietsten onder palmen en banenbomen door. De bananen hingen vlak boven onze hoofden. Regelmatig stopte Glory om ons quizvragen te stellen waarop hij dan zelf het antwoord gaf als wij het schuldig bleven. Hij wees ons allerlei fruit aan en vertelde dat het eiland tegenwoordig meer van de fruitteelt leeft dan van de rijstbouw.
De eerste stop was bij een groep vrouwen die drakenfruit zaten te sorteren. Het is een soort lycheeachtige vrucht die je moet pellen om het witte bolletje (om begrijpelijke reden drakenoog geheten) te kunnen eten met een bruine pit er in. Het smaakte lekker. Eline kreeg er geen genoeg van.
Glory spreekt engels met een zwaar accent zodat het soms moeilijk was hem te verstaan. Letters worden omgedraaid (Weps zei Erik) of gemakshalve weggelaten. Hij spreekt cactus bijvoorbeeld uit als castuh maar het wende wel na een tijdje.
We maakten ook een stop bij een tempel en bij grafmonumenten die mensen kennelijk gewoon bij hun huis bouwen omdat voorouders je kunnen beschermen tegen kwaad.
Na 17 kilometer waren we weer bij de boot die inmiddels ergens anders lag.We hadden inmiddels wel trek gekregen. Dat kwam goed uit want de kapitein had voor ons gekookt. Er stond een maaltijd klaar van verse vis (olifantenkopvis) die je met sla in rijstpapier moest wikkelen en in een sausje moest dopen, garnalen (erg lekker met peper en zout door elkaar), rijst, noedelsoep (getrokken van het kookvocht van de verse groente), groentes en varkensvlees in kokossaus. We lieten het ons goed smaken.De kinderen (en met name Eline) beginnen ook steeds meer durf te vertonen als het op het uitproberen van onbekende gerechten aan komt. Vinh of Glory at ook mee en smakte enorm.
Na de lunch was het tijd om te kanoën.In de boot lagen vijf kajaks die er uit getild werden zodat we een tocht van 5 km konden gaan maken. We kajakten door smalle zijtakken van de Mekong. Het was heel mooi en leuk, ware het niet dat de weg vaak versperd werd door enorm dichte begroeiing van waterhyacinten. Helaas had Vinh ons tijdens de fietstocht laten zien dat daar vaak slangeneieren op zitten omdat slangen de waterhyacint een fijne plek vinden voor hun eitjes. Toen wij tussen het woud van waterhyacinten voeren en
bijna niet vooruit kwamen heb ik heel wat kreten geslaakt als er een slangachtig ding in mijn boot belandde. Gelukkig waren het stukjes plant.
Ik was blij toen we terug waren bij de boot. We voeren nog een uur en toen moesten we van boord met fiets en al. De zon ging inmddels onder boven de Mekong. Het was prachtig. We fietsten nog een klein eindje en kwamn aan bij de Homestay, waar we de enige gasten bleken te zijn. We hadden een eigen slaapzaal (zonder deur wat Eline eng vond) met vier bedden met klamboe. Glory zei in zijn bijzondere engels: tonight you will hear insectconcert. Maar zoals hij het uitsprak klonk het als incest-concert dus dat leidde tot enige hilariteit bij ons.
We kregen een maaltijd van wederom vis, garnalen, koude visloempia;s en iets wat er uit zag als gebakken sprinkhaan. We vroegen Vinh wat het was en hij hield bij hoog en bij laag vol dat het gebakken bananenbloem was, maar de kinderen zeiden dat ze liever later wilden kunnen vertellen dat het toch sprinkhanen waren.Wat het ook was, het smaakte prima.
Na een paar potjes kaarten gingen we vroeg naar bed want we waren moe en we moesten ook weer vroeg op, om 6 uur ging de wekker weer. De nacht was wat onrustig. Anne vond het eng en moest een paar keer huilen, we hadden een dekentje maar geen laken en we sliepen allemaal niet zo heel goed.
woensdag 21 juli 2010
Tweede dag in Saigon, oorlog en vrede
Binnen in het museum werden de gruweldaden van de Amerikanen en het Zuid Vietnamese leger breed uitgemeten. Gruwelijke foto's van verminkingen, martelingen, napalmslachtoffers en allerlei misdrijven tegen de menselijkheid maakten dat ik me al snel misselijk voelde. Wat draagt dit volk veel littekens van diepe ellende mee! Natuurlijk was het beeld dat gepresenteerd werd eenzijdig, er werd niets verteld over de gruweldaden van de Vietcong, maar dan nog zou je je doodschamen als je Amerikaan was.
Boven was een zaal waar foto's waren van de verwoestingen in de oorlog en de plekken nu zoals ze herbouwd zijn om te illustreren dat het Vietnamese volk met hart en ziel werkt aan de wederopbouw van een vredelievend land. Dat gaf wel hoop en ik geloof ook echt dat dat waar is: de Vietnamezen zijn keihard aan het werk om hun land vooruit te helpen. En dat lukt: het is een welvarender land geworden en de groei zal nog wel een tijd door gaan.
Ook de weerstand en het verzet in de wereld tegen de Vietnamoorlog werden weergegeven o.a. het Nederlandse medisch comité Vietnam werd genoemd.
De hitte in het museum zorgde dat alles nog harder binnenkwam en we kwamen dan ook wat stiller naar buiten dan dat we naar binnen gegaan waren. Ook de kinderen waren onder de indruk.
We wandelden naar een park vlakbij het museum. Het begon te regenen, maar nu waren we gewapend met paraplu's en regenjassen (die we in Sapa gekocht hadden en nu eindelijk van pas kwamen). We renden een koffiehuis binnen, een soort Starbucks, waar we konden schuilen en een heerlijke cappuccino of enorme grote warme chocomel dronken.
Toen de regen een beetje afnam durfden we weer naar buiten. We liepen door een winkelstraat waar we hele dure winkels zagen maar het was niet zo als in Singapore waar je dan alleen maar chique winkels ziet. De mooie gebouwen worden afgewisseld met afbraakpanden. We zochten een mobielhoesje voor An maar vonden het niet.
We belandden onder Hermans leiding weer in een overdekte markt. Het was er niet zo'n gekkenhuis als in die in Hue maar we keken toch weer onze ogen uit. We kochten ons arm aan zogenaamde merktshirts en snuisterijen en Herman kocht zelfs drie neppe Calvin Klein onderbroeken terwijl Eline een echt leren maar niet echte Jimmy Choo tas kocht.
Na een rustpauze in het hotel aten we vanavond in een goed Indiaas restaurant waar we ons tegoed deden aan de vertrouwde gerechten.
dinsdag 20 juli 2010
Kennismaking met Saigon
De vlucht naar Ho Chi Minh City (of kortweg HCMC) zoals Saigon tegenwoordig heet verliep prima. Ik had alleen last van mijn oren die door de snelle daling nog een dag dicht bleven zitten. Om tien voor 2 landden we. We werden keurig opgewacht door een chauffeur met een bordje met "Rensink family" er op. Deze evenmin Engels sprekende man bracht ons ook al in zo'n joekel van een bus naar hotel le Duy. We hebben weer twee kamers naast elkaar, dit keer niet met een tussendeur. Het is een prettig hotel, met ruime kamers met wifi en airco.
We hadden inmiddels behoorlijke trek gekregen (het was al tegen vieren) en we gingen op zoek naar een lunchplek. We vonden een tentje waar gerechten uit allerlei landen verkrijgbaar waren. Ik nam Thaise soep die enorm lekker maar wel heel erg pittig was. Een Tigerbierje leste de dorst. De kinderen hadden pizza, Herman kip met pindasaus.En ook daarbij smaakte een Tigerbiertje lekker.
We wandelden aan de hand van de Lonely Planet (of beter gezegd: met de LP in de hand) en belandden in een park waar veel Vietnamezen aan het voetballen waren met een soort badmintonachtige grote veren. Wij kochten er ook één en Anne en Eline balden ook een tijdje maar waren duidelijk minder geoefend dan de handige mannen om hen heen. Er werd trouwens ook gebadmintond in het park.
Na een tijdje liepen we verder. Via een marktje waar de scooters dwars doorheen reden belandden we in een chique wijk waar westerse winkelketens met dito prijzen hun luxe waren aanboden. Fototoestellen, mobieltjes, computers, dure kleding, parfums etc. Saigon is een ander soort stad dan Hanoi. We zagen veel minder leven op straat, nog steeds wel meer dan in Nederland maar toch beduidend minder dan in noord Vietnam:
minder Vienamese hoeden, minder straatverkopers met stok waaraan hun waren hangen, minder eten op straat. Misschien moet ik zegen: meer rijkdom. Het verkeer is hectisch maar minder dan in Hanoi omdat er minder mensen op straat lopen en fietsen. De scooters zijn ook hier in grote getale vertegenwoordigd en racen kris kras over straat. Oversteken is ook hier een activiteit die koelbloedigheid en ware doodsverachting vergt.
In de deftige wijk gingen we naar het Sheratonhotel waar je op de 23e verdieping iets kunt drinken en over de stad kunt uitkijken. De drankjes waren erg duur maar het was happy hour en dan kreeg je 2 cocktails voor de prijs van 1. Dus namen we ( krenterige Hollanders) allebei een Pina Colada. De vlieger ging echter niet op: we kregen allebei 2 Pina Colada's en de kinderen waren al bang dat we dronken werden. (Dat viel gelukkig best mee...). Het uitzicht was mooi, de zon ging net onder.
We gingen terug naar ons eigen iets bescheidener hotel om nog wat uit te rusten want je wordt toch altijd moe van reizen. 's Avonds aten we in een leuk restaurantje in een gezellig straatje. Het begon toen we terugliepen plotseling knetterhard te regenen en te onweren. We waren binnen 5 minuten kletsnat. Alle Saigonezen schuilden of trokken zonder morren hun regencapes aan, maar wij hadden die even niet bij ons. Het bleef de hele avond en nacht bliksemen en regenen maar de volgende ochtend was het weer droog.
maandag 19 juli 2010
Nogmaals Hoi An
We hadden nog een hele dag te goed in Hoi An, die we besloten te splitsen - eerst de cultuurschatten van Hoi An en wat sfeer opsnuiven, en 's-middags weer naar dat lekkere strand.![]()
Hoewel Hoi An halverwege Vietnam ligt, kent het belangrijke Chinese invloeden. Dit komt door een immigratie-golf van Chinezen toen Hoi An nog de belangrijkste en grootste havenstad van midden-Vietnam was (nu is dat by far Da Nang). Naast Chinese tempels en zo heeft dit geleid tot een aantal gemeenschapshuizen voor Chinezen uit dezelfde streek. Alsof je een Twente-huis en een Brabant-huis hebt in Nieuw Zeeland dus. ![]()
Behalve dat er toeristen rondzwermen, wordt er ook nog steeds wel door Chinezen gebruik van gemaakt. Hoe zeer de Chinezen dwepen met "geluk" blijkt wel uit de tientallen wierookspiralen die een het plafond hangen te roken - sommige zijn wel een meter hoog!
Als je hier straatverkopers afwijst (bijvoorbeeld omdat je tas al tjokvol met prullaria zit) willen ze het ook nog wel eens over de geluk-boeg gooien. "No sale today - one for luck pleaease?". Ik hoorde zo'n dame trouwens vertellen dat ze gewoon allemaal in dienst zijn van dezelfde baas - dat verklaart natuurlijk de eenvormigheid van het assortiment. Mentos, koekjes, portemonneetjes, kettinkjes. Of zonnebrillen.
Uiteraard bezoeken we ook de Japanse brug alhier - een stukje groter en ouder dan die we per fiets bezochten in Hué. Er zit namelijk ook een tempeltje in - heel primitief, overlopen door toeristen, maar toch - dat zie je niet zo vaak!
We aten een hapje, haalden nog een broek op die Maaike bij dezelfde naaishop had laten maken, en lieten ons naar het hotel en vervolgens het strand brengen voor de tweede helft van de dag: luieren. Moet ook gebeuren. Omdat we nu tot laat bleven zitten / liggen konden we zien hoe de Vietnamezen zelf pas aan het eind van de middag komen, en hoe de plaatselijke jeugd zich verzamelt voor een zeer energiek potje strandvoetbal. Technisch allemaal heel handige kereltjes, ze zweven over het zand (waar dikke westerlingen er diep in weg zouden zakken) - en hebben veel lol.
We sloten ons bezoek aan Hoi An af met een echte Italiaanse pizza bij een restaurant dat 'Good Morning Vietnam' heet. Ach ja.
Midden in Hoi An kwamen we trouwens keer op keer langs dit oostblok-achtige billboard – met de obligate arbeider, militair, etc. Alles voor het vaderland
zondag 18 juli 2010
Strand
De wolken van Conson zijn verdwenen, de atmosfeer komt tot rust, de zon keert terug. Tijd voor een stranddag! Om 7 uur was ik er al – hardlopend - op uit gegaan om het terrein te verkennen: 3 + 3 km plus even uitpuffen en –zweten aan het water..
Op de map van Google lijkt de bebouwde kom op te houden, maar eigenlijk groeit Hoi An naar het strand toe. Het heet hier dan ook het mooiste strand van Vietnam te zijn – en op basis van onze magere steekproef (3 stranden) moet ik dat beamen: prachtig strand! ![]()
We vertrokken na het ontbijt per taxi naar het strand. De taxi stopte waar het strand daadwerkelijk begon. We werden meteen gesignaleerd door een parasollenverhuurster die ons voor 30.000 dong p.p.een tropische parasol met twee strandstoelen leverde. We hadden kennelijk moeten afdingen want even later kwamen er wat Engelse meisjes die maar 20.000 dong betaalden. Uit wraak gingen we later die dag bij de buren lunchen.
We hebben het grootste deel van de dag op het strand en in de Zuid-Chinese zee doorgebracht. Zwemmend, dobberend in de branding, lezend (ik ben met de nieuwste van John Irving begonnen, heerlijk) en heel even voorzichtig zonnende. De zon is zo sterk dat ik in tien minuten in een soort schaakbordpatroon verbrand ben. Rare rode vlakken op benen en buik. Het strand is prachtig: fijn wit zand met palmen er om heen.
We lunchten bij het strandtentje van de concurrent wat onze verhuurster nog probeerde te beletten. Maar we lieten ons niet weerhouden. We bestelden pizza voor de meiden (pizza is hier alom verkrijgbaar), noodles voor Herman en garnalen met rijst voor mij. Ik had er niet helemaal op gerekend dat ik de gamba’s zelf nog schoon moest maken maar ik heb me er dapper doorheen geslagen en ze waren heerlijk.
Rond 5 uur waren we weer terug in het hotel. De meiden en Herman gingen nog even naar het zwembad (ze hadden nog niet genoeg gezwommen kennelijk) en ik nam een douche. Herman ontmoette bij het zwembad een groep Nederlanders die met Oad op reis zijn en in een te nauwe bus van hot naar her gesleept worden. Ze waren allemaal oververmoeid, ziekig en slap, hadden na een week eindelijk een dagje rust. Wij zijn blij dat we niet zo’n strak schema hebben en lekker een paar dagen kunnen relaxen in dit plezierige plaatsje.
‘s Avonds haalden we onze bestelde kleding en schoenen op. Alles was mooi geworden. Het was raar ineens in werkkleding in Hoi An, Vietnam te staan.
Nu zitten we in een café waar de kinderen kaarten en wij het blog bijwerken, er is hier in veel cafés Wifi.
Deze foto is dus echt hier en nu – en we publiceren deze blog post … NU!
zaterdag 17 juli 2010
Hoi An verkend
Om 10 voor 9 maakte Herman mij wakker. Anne was al om 7 uur naar de centrale hal vertrokken waar zij had geïnternet en gepoold. Het ontbijt was het beste dat we tot nog toe gehad hebben: verse broodjes, yoghurt, omeletten en pannenkoeken die voor je gebakken worden terwijl je wacht, fruit en natuurlijk allerlei noedelgerechten maar die lieten we maar voor wat ze waren.
Anne wilde heel graag zwemmen dus brachten we de ochtend bij het zwembad door. Gelukkig was de tyfoon verder getrokken en was het hier weer droog. Het was nog wel wat bewolkt maar, zo lazen we op internet, toch al weer 31 graden. We lazen in de ligstoelen en zwommen wat in het mooie zwembad. We zitten in een prachtig resort. Onze kamers zijn met elkaar verbonden en hebben een hoog plafond. De bedden zijn door de klamboes een soort hemelbedden. Er stonden welkomstbananen en flesjes water klaar voor H.Rensink & partners.
We lieten ons per taxi naar het centrum brengen tegen lunchtijd (rond twee uur). De kinderen mochten een restaurantje uitzoeken voor de lunch en ze vonden een leuk tentje aan het water waar we vanaf het balkon op de eerste verdieping op uitkeken. Eline en ik namen heel on-Vietnamees een cheeseburger die prima smaakte.
Na het eten liepen we even naar het beroemde Japanse bruggetje uit de 16e eeuw maar omdat we nog geen ticket bezaten mochten we er niet op. De rest van de middag slentereden we langs de vele kledingzaken op zoek naar wat moois.
In een zaakje lieten Anne, Eline en ik ons alle drie een colbertje aanmeten en ik later ook nog een pantalon. Het was een hele belevenis om eens van top tot teen te worden opgemeten. De vrouw die mij opnam lachte om de lengte van mijn benen ( ze kwam zelf tot mijn buik). We moesten natuurlijk wel een aanbetaling doen in dollars maar die hadden we nog in ruime mate dus dat was geen probleem.
Eline liet zich ook nog sandalen aanmeten (die worden dus op maat gemaakt!) en Anne kreeg uiteraard een t-shirt met Hoi An er op.
We kochten een ticket voor de bezienswaardigheden van het stadje. Er zijn er 800 waarvan er maar 18 toegankelijk zijn voor publiek. Met het ticket mag je er 5 van die 18 uitkiezen. We gingen naar het huis van de Tran family waar we een rondleiding kregen van een vrouw die zelf kennelijk tot de familie Tran behoorde. Het huis had zowel Japanse als Chinese als Vietnamese delen die allemaal hun eigen symboliek kennen. Er was uiteraard een altaartje waar de foto’s van de overleden voorouders hingen.
We hadden er dorst van gekregen en gingen naar een cafe om wat te drinken. Ik nam Pina colada dat had ik in geen eeuwen gedronken. Hij smaakte heerlijk. Herman had een kaartspel gekocht zodat we konden “dieven”. Uiteraard verloor ik gruwelijk.
Het was inmiddels zo laat dat het geen zin meer had om heen en weer naar het hotel te gaan, daarom besloten we in het centrum te blijven voor het avondeten. Nu namen we wel allemaal wat Vietnamees en dat was erg lekker.
Nu is het avond en liggen we op ons hemelbed tv te kijken (Nederland- Uruguay wordt weer eens herhaald, ze lusten er hier wel pap van) en dit verslag te typen.