zondag 11 juli 2010

Stranddag


Het hotel waar we zitten ligt precies in het hart van dit plaatsje, op het enige kruispunt. 3 winkeltjes, 2 hotels - en al het verkeer naar het haventje komt er langs. Nou arriveren en vertrekken er slechts 5 passagiersbootjes per dag, toch wordt er heel wat heen en weer gecrosst met rode tuktuks van en naar de pier. Ook bouwmaterialen komen van het vaste land en worden per vrachtwagentje (de enige auto van het eiland) naar de plaats van bestemming gebracht. Met een noodgang en met een toeter die je een meter doet opspringen van je stoel en de vele straathonden opzij doet stuiven jakkert het wagentje een tiental keren per dag voorbij - van 4 uur 's-ochtends tot laat in de avond.
Ook al kwam er toch echt een mand met kippetjes met ons mee naar Quan Lan, het menu bestaat er toch voornamelijk uit vis, garnalen en sea food. Watertandend legde Duang ons uit dat toch eigenlijk een 'hot pot met sea food' niet mag missen - we hebben toch maar bedankt en het bij vis en garnalen gehouden - verbazend lekker was dat. We bestelden alleen veel te veel omdat je nooit weet of een gerecht nou een hele maaltijd is of slechts een (bij)gerecht.
Vandaag gingen we naar een ander strand dat 10 km verderop ligt, met wat meer commercie (eetstalletjes) en wat parasolletjes. Nog steeds niet echt een sprankelend geheel, maar al met al was het toch redeljk druk. De zee was weer heerljk, al werden wij - en met name Eline - tientallen keren gestoken door "ïets". Eerst wuifden we het weg ("Ach joh, dat is vast het zout op je huid") maar aan het eind van de dag waren het tientallen rode vlekken met een doorsnee van een kleine centimeter. Eline vond zelf dat ze bijna voor een Dalmatier kon doorgaan :-) Gelukkig trok alles wel snel weer weg.
Eline en Anne vonden het heerlijk in zee, hebben er uren gedreven, gezwommen, met de branding gespeeld, terwijl de ouders tevreden toekeken van uit hun luie stoel (design jaren 50). Vreemd genoeg bleken de oudjes aan het einde van de dag wel en die jonkies niet (of nauwelijks) verbrand. Duang vond ons geloof ik maar saaie pieten, want we hoefden geen bier, hoefden niet naar een ander strand en zaten de hele dag te lezen.
's-Avonds weer bij het hotel gegeten. Waar het gisteren (zaterdag) superdruk was met hot-pot-etende weekendje-weg-Vietnamezen, waren we nu, samen met de (saaie) Engelsen die ook op onze boot zaten, de enige aanwezigen, was de staf lusteloos moe van het harde werken. Of misschien zei ik mijn Cam An (wat 'dank je wel' zou moeten betekenen) wel met net de verkeerde klemtoon waardoor het 'je moeder is een aap' betekent - we zullen het nooit weten.

Geen opmerkingen: