We lagen op een soort tafels onder een rieten dak – het was bloedheet, bij iedere draai kraakte alles, de hanen begonnen om 3 uur al te kraaien. Een gebroken nacht is een understatement. Nou ja, voor deze keer.
’s-Ochtends maakten we kennis met de eigenaar van de Homestay. Het was een wat oudere man, en het eerste wat opviel was zijn goede Engels. Na een korte rondleiding door de tuin (ze eten hier echt iedere plant en/of zijn fruit) had laten kennismaken met nog wat meer planten en fruit vertelde de baas dat hij vroeger in het Zuid-Vietnamese leger had gezeten. De eerste 15 jaar na de hereniging, zo zei hij, was Vietnam gelijk aan Noord-Korea – geen pretje, en al helemaal niet voor hen die met de Amerikanen hadden geheuld. De officieren werden gedetineerd, en ook het voetvolk is ongetwijfeld “heropgevoed”.
We vervolgden onze fietstocht om een uur of 8, opnieuw over brommerpaden, nog wat landelijker dan gisteren – auto’s zijn in deze contreien buitengewoon schaars. De eerste echte weg wordt nog aangelegd. Zelfs voor de Grote Weg #1 van Saigon naar het zuiden, met een prachtige brug er in volstaat een rijstrook in iedere richting, waarop brommertjes en auto’s strijden om ruimte.
Waar we hier ook komen, treft het ons dat er steeds concentraties zijn van ambachten en winkels. In Hanoi was een aantal schoenenstraten, had je kledingstraten, reisbureaustraten. Op het platteland vind je dit ook – opeens kom je in een dorp waar niet één, maar een tiental metaalbewerkers aan de weg trapleuningen en bed-frames zitten te lassen. Of meubels te timmeren. Ambachten zoeken elkaar op – net als in de Nederlandse steden eeuwen terug – denk maar aan de Stoeldraaiersstraat of het Warmoezenierspad.
Na een km of 17 (volgens Vinh – die een vrij optimistische kijk op afstanden leek te hebben) kwamen we bij ons busje dat ergens bij een binnenplaatsje stond geparkeerd – wat ons tot de conclusie deed komen dat de trip er op zat. Het bleek echter slechts een rustpauze want daarna ging de tocht weer verder – al was hier wat ouderlijke overredingskracht voor nodig. 12 Vinh-kilometers later – opnieuw door het prachtig groene tropische landschap – stonden we in Ben Tre, het eindpunt van de tocht. Eindpunt? Ehrm – waarom gaan we dan opnieuw met fiets en al aan boord van een bootje… “Wie iet dina at hostay”. Diner zal wel lunch zijn, homestay – huh, the same homestay? “No diefa ho stay”. Ah different. Spannend.
We voeren door een zeer mooi smal kronkelig rustig (afgezien van de vrachtboot waar voor wij af en toe moesten wijken) riviertje dwars door de jungle. Nou ja, jungle, Maaike sprak daar gisteren ook al van in de blog – laat het duidelijk zijn dat er wel overal mensen wonen, die het land en alles wat er op groeit gebruiken. Meer cultuurland dan natuur. Kokospalmen, drakenfruitbomen, ananassen, rijst, komkommers, bananen – het ziet er allemaal super-tropisch uit, maar echte jungle is het al lang niet meer. Het kostte ons desalniettemin weinig moeite om ons de GI’s voor te stellen die hier dezelfde kanaaltjes en riviertjes bevaren moeten hebben – niet te benijden.
De home stay lag er sprookjesachtig bij – en we hebben er heerlijk gegeten, eventjes in een hangmat geluierd. We zagen er trouwens ook de eerste toeristen sinds Saigon. Nog ‘maar’ 5 (Vinh-)kilometertjes fietsen, terug naar Ben Tré, waar we er dan toch echt de finish was. De chauffeur wachtte ons op met ijskoude handdoekjes en koud water - mmm, welverdiend! De reis terug naar Saigon leek korter dan de heenweg (we zullen wel even weggedommeld zijn).
We checkten terug in in hetzelfde hotel, werkten de blog bij, aten nog maar eens een pizzaatje hier om de hoek in het backpackersdistrict (geen gebrek aan toeristen hier dus ...) en besloten het morgen op de laatste (halve) dag rustig aan te doen – de Cu Chi tunnels schieten er dus helaas bij in .
vrijdag 23 juli 2010
Meer avonturen in de Mekong
donderdag 22 juli 2010
Sporten in de Mekongdelta
We moesten vroeg uit de veren, want al om 8 uur zou onze gids ons komen ophalen voor een tweedaagse tocht naar de Mekongdelta. Zoals alle gidsen en chauffeurs deze reis was ook deze wat te vroeg. Gelukkig zaten we al braaf te wachten. Hij stelde zich voor als Vinh, maar we moesten hem Glory noemen dat vond hij mooier. Glory was een tengere man van naar wij later hoorden 29 jaar oud.Hij zag er
sportief uit, hij was geheel in mountainbikekleding gestoken. Dat beloofde heel wat!
We werden door een chauffeur in een busje in 2 en half uur naar de plaats van bestemming gereden. In het busje stonden vijf mountainbikes die er solide uit zagen. We kregen allemaal een fiets en een helm en Glory ging ons voor.
We reden niet zo lang, toen hij afstapte bij een boot. De fietsen werden op de boot gehesen en wij stapten aan boord. We waren de enige passagiers. De boot voer langs een drijvende markt (van Cai Be). Vince vertelde dat de markt om 4 uur 's ochtends heel druk is, maar het was inmiddels een uur of 11 dus we waren veel te laat. Toch was het een leuk gezicht. Op de boten van de parlevinkers (daar deden ze mij aan denken omdat ze associaties opriepen met Rozemarijntje en Rooie Pier) werd het artikel dat men te koop aanbood in de mast gehesen: dus bijv een mango of een meloen.
Na een uur legde de boot aan bij een eiland. We gingen een fietstocht over het eiland maken. We fietsten over scooterpaden die in de jungle waren aangelegd ten behoeve van de bevolking: betonnen paden in een schilderachtige groene omgeving. We fietsten onder palmen en banenbomen door. De bananen hingen vlak boven onze hoofden. Regelmatig stopte Glory om ons quizvragen te stellen waarop hij dan zelf het antwoord gaf als wij het schuldig bleven. Hij wees ons allerlei fruit aan en vertelde dat het eiland tegenwoordig meer van de fruitteelt leeft dan van de rijstbouw.
De eerste stop was bij een groep vrouwen die drakenfruit zaten te sorteren. Het is een soort lycheeachtige vrucht die je moet pellen om het witte bolletje (om begrijpelijke reden drakenoog geheten) te kunnen eten met een bruine pit er in. Het smaakte lekker. Eline kreeg er geen genoeg van.
Glory spreekt engels met een zwaar accent zodat het soms moeilijk was hem te verstaan. Letters worden omgedraaid (Weps zei Erik) of gemakshalve weggelaten. Hij spreekt cactus bijvoorbeeld uit als castuh maar het wende wel na een tijdje.
We maakten ook een stop bij een tempel en bij grafmonumenten die mensen kennelijk gewoon bij hun huis bouwen omdat voorouders je kunnen beschermen tegen kwaad.
Na 17 kilometer waren we weer bij de boot die inmiddels ergens anders lag.We hadden inmiddels wel trek gekregen. Dat kwam goed uit want de kapitein had voor ons gekookt. Er stond een maaltijd klaar van verse vis (olifantenkopvis) die je met sla in rijstpapier moest wikkelen en in een sausje moest dopen, garnalen (erg lekker met peper en zout door elkaar), rijst, noedelsoep (getrokken van het kookvocht van de verse groente), groentes en varkensvlees in kokossaus. We lieten het ons goed smaken.De kinderen (en met name Eline) beginnen ook steeds meer durf te vertonen als het op het uitproberen van onbekende gerechten aan komt. Vinh of Glory at ook mee en smakte enorm.
Na de lunch was het tijd om te kanoën.In de boot lagen vijf kajaks die er uit getild werden zodat we een tocht van 5 km konden gaan maken. We kajakten door smalle zijtakken van de Mekong. Het was heel mooi en leuk, ware het niet dat de weg vaak versperd werd door enorm dichte begroeiing van waterhyacinten. Helaas had Vinh ons tijdens de fietstocht laten zien dat daar vaak slangeneieren op zitten omdat slangen de waterhyacint een fijne plek vinden voor hun eitjes. Toen wij tussen het woud van waterhyacinten voeren en
bijna niet vooruit kwamen heb ik heel wat kreten geslaakt als er een slangachtig ding in mijn boot belandde. Gelukkig waren het stukjes plant.
Ik was blij toen we terug waren bij de boot. We voeren nog een uur en toen moesten we van boord met fiets en al. De zon ging inmddels onder boven de Mekong. Het was prachtig. We fietsten nog een klein eindje en kwamn aan bij de Homestay, waar we de enige gasten bleken te zijn. We hadden een eigen slaapzaal (zonder deur wat Eline eng vond) met vier bedden met klamboe. Glory zei in zijn bijzondere engels: tonight you will hear insectconcert. Maar zoals hij het uitsprak klonk het als incest-concert dus dat leidde tot enige hilariteit bij ons.
We kregen een maaltijd van wederom vis, garnalen, koude visloempia;s en iets wat er uit zag als gebakken sprinkhaan. We vroegen Vinh wat het was en hij hield bij hoog en bij laag vol dat het gebakken bananenbloem was, maar de kinderen zeiden dat ze liever later wilden kunnen vertellen dat het toch sprinkhanen waren.Wat het ook was, het smaakte prima.
Na een paar potjes kaarten gingen we vroeg naar bed want we waren moe en we moesten ook weer vroeg op, om 6 uur ging de wekker weer. De nacht was wat onrustig. Anne vond het eng en moest een paar keer huilen, we hadden een dekentje maar geen laken en we sliepen allemaal niet zo heel goed.
woensdag 21 juli 2010
Tweede dag in Saigon, oorlog en vrede
Binnen in het museum werden de gruweldaden van de Amerikanen en het Zuid Vietnamese leger breed uitgemeten. Gruwelijke foto's van verminkingen, martelingen, napalmslachtoffers en allerlei misdrijven tegen de menselijkheid maakten dat ik me al snel misselijk voelde. Wat draagt dit volk veel littekens van diepe ellende mee! Natuurlijk was het beeld dat gepresenteerd werd eenzijdig, er werd niets verteld over de gruweldaden van de Vietcong, maar dan nog zou je je doodschamen als je Amerikaan was.
Boven was een zaal waar foto's waren van de verwoestingen in de oorlog en de plekken nu zoals ze herbouwd zijn om te illustreren dat het Vietnamese volk met hart en ziel werkt aan de wederopbouw van een vredelievend land. Dat gaf wel hoop en ik geloof ook echt dat dat waar is: de Vietnamezen zijn keihard aan het werk om hun land vooruit te helpen. En dat lukt: het is een welvarender land geworden en de groei zal nog wel een tijd door gaan.
Ook de weerstand en het verzet in de wereld tegen de Vietnamoorlog werden weergegeven o.a. het Nederlandse medisch comité Vietnam werd genoemd.
De hitte in het museum zorgde dat alles nog harder binnenkwam en we kwamen dan ook wat stiller naar buiten dan dat we naar binnen gegaan waren. Ook de kinderen waren onder de indruk.
We wandelden naar een park vlakbij het museum. Het begon te regenen, maar nu waren we gewapend met paraplu's en regenjassen (die we in Sapa gekocht hadden en nu eindelijk van pas kwamen). We renden een koffiehuis binnen, een soort Starbucks, waar we konden schuilen en een heerlijke cappuccino of enorme grote warme chocomel dronken.
Toen de regen een beetje afnam durfden we weer naar buiten. We liepen door een winkelstraat waar we hele dure winkels zagen maar het was niet zo als in Singapore waar je dan alleen maar chique winkels ziet. De mooie gebouwen worden afgewisseld met afbraakpanden. We zochten een mobielhoesje voor An maar vonden het niet.
We belandden onder Hermans leiding weer in een overdekte markt. Het was er niet zo'n gekkenhuis als in die in Hue maar we keken toch weer onze ogen uit. We kochten ons arm aan zogenaamde merktshirts en snuisterijen en Herman kocht zelfs drie neppe Calvin Klein onderbroeken terwijl Eline een echt leren maar niet echte Jimmy Choo tas kocht.
Na een rustpauze in het hotel aten we vanavond in een goed Indiaas restaurant waar we ons tegoed deden aan de vertrouwde gerechten.
dinsdag 20 juli 2010
Kennismaking met Saigon
De vlucht naar Ho Chi Minh City (of kortweg HCMC) zoals Saigon tegenwoordig heet verliep prima. Ik had alleen last van mijn oren die door de snelle daling nog een dag dicht bleven zitten. Om tien voor 2 landden we. We werden keurig opgewacht door een chauffeur met een bordje met "Rensink family" er op. Deze evenmin Engels sprekende man bracht ons ook al in zo'n joekel van een bus naar hotel le Duy. We hebben weer twee kamers naast elkaar, dit keer niet met een tussendeur. Het is een prettig hotel, met ruime kamers met wifi en airco.
We hadden inmiddels behoorlijke trek gekregen (het was al tegen vieren) en we gingen op zoek naar een lunchplek. We vonden een tentje waar gerechten uit allerlei landen verkrijgbaar waren. Ik nam Thaise soep die enorm lekker maar wel heel erg pittig was. Een Tigerbierje leste de dorst. De kinderen hadden pizza, Herman kip met pindasaus.En ook daarbij smaakte een Tigerbiertje lekker.
We wandelden aan de hand van de Lonely Planet (of beter gezegd: met de LP in de hand) en belandden in een park waar veel Vietnamezen aan het voetballen waren met een soort badmintonachtige grote veren. Wij kochten er ook één en Anne en Eline balden ook een tijdje maar waren duidelijk minder geoefend dan de handige mannen om hen heen. Er werd trouwens ook gebadmintond in het park.
Na een tijdje liepen we verder. Via een marktje waar de scooters dwars doorheen reden belandden we in een chique wijk waar westerse winkelketens met dito prijzen hun luxe waren aanboden. Fototoestellen, mobieltjes, computers, dure kleding, parfums etc. Saigon is een ander soort stad dan Hanoi. We zagen veel minder leven op straat, nog steeds wel meer dan in Nederland maar toch beduidend minder dan in noord Vietnam:
minder Vienamese hoeden, minder straatverkopers met stok waaraan hun waren hangen, minder eten op straat. Misschien moet ik zegen: meer rijkdom. Het verkeer is hectisch maar minder dan in Hanoi omdat er minder mensen op straat lopen en fietsen. De scooters zijn ook hier in grote getale vertegenwoordigd en racen kris kras over straat. Oversteken is ook hier een activiteit die koelbloedigheid en ware doodsverachting vergt.
In de deftige wijk gingen we naar het Sheratonhotel waar je op de 23e verdieping iets kunt drinken en over de stad kunt uitkijken. De drankjes waren erg duur maar het was happy hour en dan kreeg je 2 cocktails voor de prijs van 1. Dus namen we ( krenterige Hollanders) allebei een Pina Colada. De vlieger ging echter niet op: we kregen allebei 2 Pina Colada's en de kinderen waren al bang dat we dronken werden. (Dat viel gelukkig best mee...). Het uitzicht was mooi, de zon ging net onder.
We gingen terug naar ons eigen iets bescheidener hotel om nog wat uit te rusten want je wordt toch altijd moe van reizen. 's Avonds aten we in een leuk restaurantje in een gezellig straatje. Het begon toen we terugliepen plotseling knetterhard te regenen en te onweren. We waren binnen 5 minuten kletsnat. Alle Saigonezen schuilden of trokken zonder morren hun regencapes aan, maar wij hadden die even niet bij ons. Het bleef de hele avond en nacht bliksemen en regenen maar de volgende ochtend was het weer droog.
maandag 19 juli 2010
Nogmaals Hoi An
We hadden nog een hele dag te goed in Hoi An, die we besloten te splitsen - eerst de cultuurschatten van Hoi An en wat sfeer opsnuiven, en 's-middags weer naar dat lekkere strand.![]()
Hoewel Hoi An halverwege Vietnam ligt, kent het belangrijke Chinese invloeden. Dit komt door een immigratie-golf van Chinezen toen Hoi An nog de belangrijkste en grootste havenstad van midden-Vietnam was (nu is dat by far Da Nang). Naast Chinese tempels en zo heeft dit geleid tot een aantal gemeenschapshuizen voor Chinezen uit dezelfde streek. Alsof je een Twente-huis en een Brabant-huis hebt in Nieuw Zeeland dus. ![]()
Behalve dat er toeristen rondzwermen, wordt er ook nog steeds wel door Chinezen gebruik van gemaakt. Hoe zeer de Chinezen dwepen met "geluk" blijkt wel uit de tientallen wierookspiralen die een het plafond hangen te roken - sommige zijn wel een meter hoog!
Als je hier straatverkopers afwijst (bijvoorbeeld omdat je tas al tjokvol met prullaria zit) willen ze het ook nog wel eens over de geluk-boeg gooien. "No sale today - one for luck pleaease?". Ik hoorde zo'n dame trouwens vertellen dat ze gewoon allemaal in dienst zijn van dezelfde baas - dat verklaart natuurlijk de eenvormigheid van het assortiment. Mentos, koekjes, portemonneetjes, kettinkjes. Of zonnebrillen.
Uiteraard bezoeken we ook de Japanse brug alhier - een stukje groter en ouder dan die we per fiets bezochten in Hué. Er zit namelijk ook een tempeltje in - heel primitief, overlopen door toeristen, maar toch - dat zie je niet zo vaak!
We aten een hapje, haalden nog een broek op die Maaike bij dezelfde naaishop had laten maken, en lieten ons naar het hotel en vervolgens het strand brengen voor de tweede helft van de dag: luieren. Moet ook gebeuren. Omdat we nu tot laat bleven zitten / liggen konden we zien hoe de Vietnamezen zelf pas aan het eind van de middag komen, en hoe de plaatselijke jeugd zich verzamelt voor een zeer energiek potje strandvoetbal. Technisch allemaal heel handige kereltjes, ze zweven over het zand (waar dikke westerlingen er diep in weg zouden zakken) - en hebben veel lol.
We sloten ons bezoek aan Hoi An af met een echte Italiaanse pizza bij een restaurant dat 'Good Morning Vietnam' heet. Ach ja.
Midden in Hoi An kwamen we trouwens keer op keer langs dit oostblok-achtige billboard – met de obligate arbeider, militair, etc. Alles voor het vaderland
zondag 18 juli 2010
Strand
De wolken van Conson zijn verdwenen, de atmosfeer komt tot rust, de zon keert terug. Tijd voor een stranddag! Om 7 uur was ik er al – hardlopend - op uit gegaan om het terrein te verkennen: 3 + 3 km plus even uitpuffen en –zweten aan het water..
Op de map van Google lijkt de bebouwde kom op te houden, maar eigenlijk groeit Hoi An naar het strand toe. Het heet hier dan ook het mooiste strand van Vietnam te zijn – en op basis van onze magere steekproef (3 stranden) moet ik dat beamen: prachtig strand! ![]()
We vertrokken na het ontbijt per taxi naar het strand. De taxi stopte waar het strand daadwerkelijk begon. We werden meteen gesignaleerd door een parasollenverhuurster die ons voor 30.000 dong p.p.een tropische parasol met twee strandstoelen leverde. We hadden kennelijk moeten afdingen want even later kwamen er wat Engelse meisjes die maar 20.000 dong betaalden. Uit wraak gingen we later die dag bij de buren lunchen.
We hebben het grootste deel van de dag op het strand en in de Zuid-Chinese zee doorgebracht. Zwemmend, dobberend in de branding, lezend (ik ben met de nieuwste van John Irving begonnen, heerlijk) en heel even voorzichtig zonnende. De zon is zo sterk dat ik in tien minuten in een soort schaakbordpatroon verbrand ben. Rare rode vlakken op benen en buik. Het strand is prachtig: fijn wit zand met palmen er om heen.
We lunchten bij het strandtentje van de concurrent wat onze verhuurster nog probeerde te beletten. Maar we lieten ons niet weerhouden. We bestelden pizza voor de meiden (pizza is hier alom verkrijgbaar), noodles voor Herman en garnalen met rijst voor mij. Ik had er niet helemaal op gerekend dat ik de gamba’s zelf nog schoon moest maken maar ik heb me er dapper doorheen geslagen en ze waren heerlijk.
Rond 5 uur waren we weer terug in het hotel. De meiden en Herman gingen nog even naar het zwembad (ze hadden nog niet genoeg gezwommen kennelijk) en ik nam een douche. Herman ontmoette bij het zwembad een groep Nederlanders die met Oad op reis zijn en in een te nauwe bus van hot naar her gesleept worden. Ze waren allemaal oververmoeid, ziekig en slap, hadden na een week eindelijk een dagje rust. Wij zijn blij dat we niet zo’n strak schema hebben en lekker een paar dagen kunnen relaxen in dit plezierige plaatsje.
‘s Avonds haalden we onze bestelde kleding en schoenen op. Alles was mooi geworden. Het was raar ineens in werkkleding in Hoi An, Vietnam te staan.
Nu zitten we in een café waar de kinderen kaarten en wij het blog bijwerken, er is hier in veel cafés Wifi.
Deze foto is dus echt hier en nu – en we publiceren deze blog post … NU!
zaterdag 17 juli 2010
Hoi An verkend
Om 10 voor 9 maakte Herman mij wakker. Anne was al om 7 uur naar de centrale hal vertrokken waar zij had geïnternet en gepoold. Het ontbijt was het beste dat we tot nog toe gehad hebben: verse broodjes, yoghurt, omeletten en pannenkoeken die voor je gebakken worden terwijl je wacht, fruit en natuurlijk allerlei noedelgerechten maar die lieten we maar voor wat ze waren.
Anne wilde heel graag zwemmen dus brachten we de ochtend bij het zwembad door. Gelukkig was de tyfoon verder getrokken en was het hier weer droog. Het was nog wel wat bewolkt maar, zo lazen we op internet, toch al weer 31 graden. We lazen in de ligstoelen en zwommen wat in het mooie zwembad. We zitten in een prachtig resort. Onze kamers zijn met elkaar verbonden en hebben een hoog plafond. De bedden zijn door de klamboes een soort hemelbedden. Er stonden welkomstbananen en flesjes water klaar voor H.Rensink & partners.
We lieten ons per taxi naar het centrum brengen tegen lunchtijd (rond twee uur). De kinderen mochten een restaurantje uitzoeken voor de lunch en ze vonden een leuk tentje aan het water waar we vanaf het balkon op de eerste verdieping op uitkeken. Eline en ik namen heel on-Vietnamees een cheeseburger die prima smaakte.
Na het eten liepen we even naar het beroemde Japanse bruggetje uit de 16e eeuw maar omdat we nog geen ticket bezaten mochten we er niet op. De rest van de middag slentereden we langs de vele kledingzaken op zoek naar wat moois.
In een zaakje lieten Anne, Eline en ik ons alle drie een colbertje aanmeten en ik later ook nog een pantalon. Het was een hele belevenis om eens van top tot teen te worden opgemeten. De vrouw die mij opnam lachte om de lengte van mijn benen ( ze kwam zelf tot mijn buik). We moesten natuurlijk wel een aanbetaling doen in dollars maar die hadden we nog in ruime mate dus dat was geen probleem.
Eline liet zich ook nog sandalen aanmeten (die worden dus op maat gemaakt!) en Anne kreeg uiteraard een t-shirt met Hoi An er op.
We kochten een ticket voor de bezienswaardigheden van het stadje. Er zijn er 800 waarvan er maar 18 toegankelijk zijn voor publiek. Met het ticket mag je er 5 van die 18 uitkiezen. We gingen naar het huis van de Tran family waar we een rondleiding kregen van een vrouw die zelf kennelijk tot de familie Tran behoorde. Het huis had zowel Japanse als Chinese als Vietnamese delen die allemaal hun eigen symboliek kennen. Er was uiteraard een altaartje waar de foto’s van de overleden voorouders hingen.
We hadden er dorst van gekregen en gingen naar een cafe om wat te drinken. Ik nam Pina colada dat had ik in geen eeuwen gedronken. Hij smaakte heerlijk. Herman had een kaartspel gekocht zodat we konden “dieven”. Uiteraard verloor ik gruwelijk.
Het was inmiddels zo laat dat het geen zin meer had om heen en weer naar het hotel te gaan, daarom besloten we in het centrum te blijven voor het avondeten. Nu namen we wel allemaal wat Vietnamees en dat was erg lekker.
Nu is het avond en liggen we op ons hemelbed tv te kijken (Nederland- Uruguay wordt weer eens herhaald, ze lusten er hier wel pap van) en dit verslag te typen.
vrijdag 16 juli 2010
Reizen in de regen
We waren wat verbaasd toen we vanmorgen de gordijnen openden – huh – geen zon? Wolken ? Regen ? Nou ja, aangezien het vandaag toch een reisdag is maakt het ook niet zo veel uit.
Het blijkt dat de tyfoon Conson die een paar dagen terug heeft huisgehouden op de Filippijnen hier nu voor de kust hangt. Gelukkig schijnt hij (zij?) naar het NW weg te trekken – en daar zijn we gelukkig al geweest :-). Een beetje regen zoals vandaag is natuurlijk geen probleem, we zitten al weer 700 km zuidelijker.
Vandaag verplaatsen we ons dus naar Hoi An, dat 130 km zuidelijker ligt. Geen wereldreis, maar we moeten er toch wel een uur of 4 voor uittrekken, zo schijnt. Althans, als het mooi weer zou zijn, zouden we waarschijnlijk vaker zijn gestopt voor een fotomomentje. Het miezerde / regende echter voornamelijk, dus van de ‘wolkenpas' hebben we vrij weinig meegekregen. Behalve dat het gerucht dat met name daar valse euromunten ter wisseling worden aangeboden inderdaad waar lijkt te zijn – al heb ik niet kunnen controleren of ze inderdaad vals waren.
Deze wolkenpas is behalve een fysiek obstakel ook lang een cultureel obstakel geweest, en is nog steeds een meteorologisch obstakel – wat in zou moeten houden dat het koude lelijke weer uit het noorden niet het zuiden in kan zakken.
Van dat laatste merkten we niet veel – dus ook Da Nang (wat mij meer dan andere plaatsen aan Vietnamfilms doet denken) (net als Nha Trang) hebben we snel achter ons gelaten.
Het Ancient House Resort in Hoi An, waar wij verblijven, heeft weinig ancients, maar is wel degelijk resort-achtig. De stad is zo klein dat een taxi je voor 1 dollar naar het centrum (of terug) kan brengen. Dit centrum staat op de lijst van Unesco, en is dus niet verpest door nieuwbouw.
Het oude centrum wordt gekenmerkt en gedomineerd door kleermaakwinkels, waar je voor een habbekrats een jasje, broek, of overhemd kan laten maken. Dat gaan we morgen maar eens even doen :-). Dit alles maakt Hoi An een verplichte stop op iedere reis door Vietnam – en dat is te merken: de verhouding aziaat – europeaan/amerikaan is in het centrum ongeveer 1:1 …
Fietsen
In ons streven om ieder denkbaar vervoermiddel te gebruiken ontbrak het vertrouwde stalen ros nog – dus je kunt raden wat er vandaag op het program stond. Onze ervaring gisteren met de boot leerde dat de receptie van het hotel alles kan regelen – zoals ’de Regelaar’(Willem Nijholt) uit Miss Saigon eigenlijk.
Of cos sir, you wait here sir, 10 minutes. En ja hoor, 4 fietsen, type vietnam, zadelhoogte ook Vietnam. Onze knieën kwamen net niet tegen het stuur – dus we konden er mee op pad.
In de LP stond een leuk/bijzonder bruggetje vermeld, dat zich op het platteland rond Hue moest bevinden – maar wel zonder duidelijke aanwijzingen hoe er te komen. Nou reizen we natuurlijk al even hier rond, maar waren nog niet echt verkeersdeelnemer (behalve als minibuspassagier) – en dat was toch wel even diep ademhalen, blik recht vooruit, en gewoon dat drukke kruispunt oversteken. Wat blijkt, iedereen doet het zo :-)
Nadat we dus heelhuids een rotonde hadden genomen en we de bebouwde kom van Hue achter ons begonnen te laten konden we meer en beter om ons heen kijken, en werden we echt continu van alle kanten begroet. Welkom vreemde westerling. Weten zij veel wat wij waarschijnlijk heel wat meer fietsen dan zij ..
Eigenlijk reden we linea recta naar ons reisdoel uit de LP toe – hier en daar geholpen door een vriendelijke Vietnamees. Het het bewuste Japanse overdekte bruggetje (denk Bridges of Madison County) werd trouwens met name gebruikt om een tukje te doen, lekker in de schaduw.
We dronken wat bij een behulpzame vrouw die ons vieren op de foto zette. Ook al zullen niet veel toeristen dit plekje vinden (staat nergens aangegeven), toch heeft een mini-attractie als dit dus al invloed op de lokale economie.
Omdat onze verwende Hollandse bipsen niet zo bestand waren tegen de (veel te zachte?) Vietnamese zadels – en ook een beetje omdat het best warm was – besloten we niet verder het avontuur te zoeken, maar terug te rijden naar Hue, waar immers een zwembad op ons wachtte.
Omdat we de fietsen voor de hele dag hadden togen we ‘s-middags (na een late lunch) naar het lokale shoppingwalhalla, de Dong Ba markt aan de andere kant van de rivier. We stalden de fietsen in de bewaakte (brom)fietsenstalling en stortten ons in een bonte verzameling van kraampjes waar alles verkocht werd tussen fruit, rijst, kruiden, kleren, speelgoed, souvenirs, rijsthoeden, tassen, etc. Het Aziatisch winkelcentrum is ons niet vreemd – maar dit was echt een gigantische, ongekende mierenhoop, waarin het ons lukte onder meer wat (nep-)kleren en rijsthoeden te verzamelen – en dat zonder elkaar kwijt te raken…
‘s-Avonds, na een volgende dip in de pool, en een tweede bezoek aan ‘la Carambole’ – een van de betere restaurantjes hier – ontdekten we dat je echt niet hard hoeft te zoeken om ratten gewoon over straat te zien lopen. Wat wil je ook, iedereen ontbijt, luncht en dineert hier op straat, gezeten op 30 cm hoge plastic krukjes. Meer dan genoeg voedsel blijft vervolgens over voor onze kraalogigie vriendjes. Ik zal proberen of er eentje lang genoeg stil wil blijven zitten voor een portretfoto.
woensdag 14 juli 2010
Hue vanaf het water; Maaike vertelt
Volgens onze reisgidsjes is het zeer aanbevelenswaardig om Hue vanaf een boot te verkennen. Daarom vroegen we bij de hotelreceptie waar de boten lagen. "We have tour. You wait." was het antwoord en een kwartier later werden we na betaling van $30opgehaald door een taxi die ons naar de boot bracht.
Het bleek een houten boot in de vorm van een draak te zijn die we helemaal voor onszelf hadden. Er stond heel groot "tourist" op om er geen misverstand over te laten bestaan wie er vervoerd werden. De boot werd gerund door een gezin bestaande uit een man, een vrouw en een zoontje van een jaar of 9. We zagen onderweg trouwens veel kinderen aan boord van de boten die we passeerden. Kennelijk neemt iedereen zijn kinderen mee aan boord, ook schippers van vrachtschepen.
De inrichting van de boot was karig. Er stonden vier plastic stoelen waar wij op mochten zitten. Verder was er een kast een een tv. Dat was alles. We voeren weg en al gauw pakte de vrouw haar koopwaar uit de kast: boekenleggers, ansichtkaarten en heel veel zijden pyjama's. Ik kocht wat boekenleggers en wimpelde haar verder af. Ik draag nooit pyjama's dus die zijn aan mij echt niet besteed.
We voeren een tijd over de Perfumeriver en legden aan bij een plek waar op het eerste gezicht weinig te beleven viel. De vrouw gebaarde dat we het schip moesten verlaten. We klommen de oever op en liepen over een paadje onder bomen door. Daar werden we opgewacht door mannen met motorbikes die ons wel naar de bezienswaardigheid wilden rijden. Er werd wat onderhandeld over de prijs en voor 40.000 dong p.p.(€ 2) zouden ze ons brengen. We kregen alle vier een helm en
stapten ieder bij een man achterop. Anne en Eline waren in no time vertrokken en ook Herman verdween. Daar zat ik bij de oudste man van het stel en we suisden over de weg. Net toen ik dacht dat ik ontvoerd werd en nooit meer iemand terug zou zien, zag ik de kinderen staan. Ze zwaaiden enthousiast, dit was echt cool he mam?
De mannen beloofden dat ze op ons zouden wachten terwijl wij Tu Duc gingen bezichtigen, een buitenverblijf annex grafmonument van heerser Tu Duc. Het was een imposante verzameling gebouwen, in Chinese sfeer aan een vijver met lotusbloemen. Elk gebouw en elke poort had een naam waarin het woord bescheidenheid voorkwam:zoals de poort van de bescheiden gebeurtenis, het meer van de bescheiden bewaring en de tempel van de bescheiden wil, dit alles terwijl het aantal gebouwen voor concubines niet bepaald bescheiden was.
Toen we uitgekeken waren zochten we onze chauffeurs weer op die inderdaad keurig hadden gewacht.De terugtocht was ook weer een belevenis. Ik zag niemand van de anderen meer en toen mijn brommer ineens een afgelegen pad insloeg dacht ik dat ik nu toch echt verkracht, vermoord en beroofd zou worden. Niets was minder waar: we kwamen allemaal weer ongeschonden bij de aanlegplaats van de boot aan. We gaven alle 4 de mannen een fooi van 10.000 dong ( € 0,50) waar ze blij mee waren en bedankten hen.
De boot voer terug over de Perfume river en legde nog een keer aan bij een pagode die op een heuvel aan de rivierkant gebouwd was. Het was de Thien Mu-pagode. Er was een tempel bij en je kon de auto bezichtigen waarin een monnik zich naar zijn zelfverbranding had vervoerd, enigszins morbide.
Hierna voeren we terug naar Hue. We wezen het aanbod voor een lunch op de boot af, omdat hiervoor volgens de Lonely Planet woekerprijzen gevraagd worden. Weer aan land zochten we een tentje waar we een sandwich konden eten.
Het was inmiddels tegen drieen en de kinderen wilden heel graag zwemmen. Daarom brachten we de middag door bij het hotelzwembadje. We volleybalden in het water en toen de bubbels aangingen liepen Anne en ik de bubbelwandeling (van de bubbel van de bescheiden billen naar de bubbel van de bescheiden neusvleugels).
's Avonds aten we in restaurant Tropical Garden waar we Hueese specialiteiten probeerden. Vooral de Bhan (een soort kruising tussen een rijstpannekoek en een loempia) was erg lekker.
dinsdag 13 juli 2010
Hue
De reis sluit ons verblijf in Noord-Vietnam af, en brengt ons naar het midden, waar we 3 nachten in Hue en 4 nachten in Hoi An (ja daar maken we al een half jaar grapjes over) zullen doorbrengen.
Een paar weken geleden heeft het parlement (dat hier schijnt te zijn) trouwens het plan van de Communistische Partij om een hogesnelheidsspoorlijn aan te leggen tussen de twee metropolen weggestemd (zie Trouw).
Enfin, ook in Hue hoefden we ons niet druk te maken over vervoer naar het hotel - een vriendelijke minibuschauffeur stond er weer klaar met een bordje 'Mr Rensink' - en in een wip stonden we bij een behoorlijk luxe (***) hotel - met zwembad :-). We namen een late brunch tot ons (inclusief onze onderhand favoriete noedelsoep), waarna de meiden bezit namen van het zwembad. Pa en ma brachten een wasje weg - en vielen toen toch nog even in slaap.
De tweede helft van de middag togen we naar de parel van Hue, de Citadel. Hue heet de koningsstad, en de Citadel is een reusachtig ommuurd stadsdeel, met daar binnen een soort verboden stad, inderdaad vergelijkbaar met die in Beijing. Omdat we dus wat later waren hadden we niet erg veel tijd voor een uitputtend bezoek - maar in het late middaglicht zag alles er wel prachtig uit.
Het schijnt dat tot in de 20e eeuw, dus ook nog onder Frans regime, hier de koningen en de keizers in pracht en praal, dus inclusief eunuchen en olifanten, konden leven. Helaas is in de Vietnam/Amerikaanse oorlog een aanzienlijk deel van het complex verwoest (in the battle of Hue) - en is men nu (zo'n 40 jaar later) nog pas in een pril stadium van restauratie.
Op het plein voor de Citadel werd druk gevliegerd - een vrolijk gezicht, waar we even bij zijn gaan kijken. We konden geen competitie onderscheiden zoals beschreven in de Vliegeraar - maar het zag er wel heel authentiek uit.
We aten op steenworp van het hotel, in een waar uitgaanscentrum - waar het publiek voor 98% bestond uit westerse toeristen - de Lonely-Planet-economie van Hue dus - maar ik kan ze geen ongelijk geven, het is zonder meer een mooie stad. Morgen eens uitzoeken waarom de rivier hier de Parfum-rivier heet (en wat voor parfum dat dan wel niet is) ...
maandag 12 juli 2010
Een reisdag (door Maaike)
Op de heenweg heb ik alsmaar naar buiten zitten kijken en me verwonderd over de tientallen Vietnamezen die in de zinderende zon zonder onderbreking op de rijstvelden werkten, kromgebogen met hun conische hoed op hun hoofd en hun benen tot kniehoogte in de modderige klei.
Duang vertelde toen dat rijstbouw voor de meeste mensen een bijverdienste is: elke gezin heeft een stukje grond om rijst te verbouwen, dat is enkele dagen heel arbeidsintensief maar daarna niet meer. De mensen hebben dus andere banen maar nemen zo nu en dan vrij om hun sawa te bewerken.
Onderweg stopten we weer bij een sociale werkplaats waar de gehandicapten net pauze hadden. Het was een enorme ruimte vol geborduurde schilderijen, kleding, beeldhouwwerken en andere snuisterijen. Er was een restaurantje bij waar we met noedelsoep en fried noodles lunchten.
Om 15.00 waren we terug in Hanoi, waar we in het penson van Vietnam a la Carte een kamer kregen om te douchen en bij te komen. Het was fijn om alle bagage weer terug te vinden (we mochten niet alles mee naar het eiland omdat de boot vol was) en alles te kunnen reorganiseren. We moeten in Hue echt een was gaan doen want niemand heeft meer iets schoons. Verder werkten we ons blog bij en e-mailden we met het thuisfront.
Om 19.00 zouden we naar het station gebracht worden dus we gingen vroeg eten en kozen weer voor Al Fresco's, het westerse restaurant waar we al eerder pizza aten, want twee keer noodles per dag vinden we toch wat veel van het goede. De hectiek van het Hanoise verkeer went - en ook andere eigenaardigheden incasseren we soepel - al was de rat die, toen we terug naar het pensioen liepen, langs de weg rustig aan het afval zat te knagen toch even schrikken.
De taxi bracht ons naar het station van Hanoi en als inmiddels ervaren treinreizigers vonden we al snel de juiste trein en onze plaatsen. De trein was iets eenvoudiger dan de vorige. er stond geen plantje, geen water en de lakens leken wat minder schoon. We waren erg moe en sliepen al om 21.00 uur. Ik werd om half 7 wakker en zo maakten we toch een prima nacht.
Voetbal
Een groepje heren in het hotel aan de overkant was trouwens niet bepaald stil, dus bij ieder bijna-doelpunt, bij de rode kaart, etc. hoorden we hun joelen - mede namens ons zullen we maar zeggen.
zondag 11 juli 2010
Stranddag
Het hotel waar we zitten ligt precies in het hart van dit plaatsje, op het enige kruispunt. 3 winkeltjes, 2 hotels - en al het verkeer naar het haventje komt er langs. Nou arriveren en vertrekken er slechts 5 passagiersbootjes per dag, toch wordt er heel wat heen en weer gecrosst met rode tuktuks van en naar de pier. Ook bouwmaterialen komen van het vaste land en worden per vrachtwagentje (de enige auto van het eiland) naar de plaats van bestemming gebracht. Met een noodgang en met een toeter die je een meter doet opspringen van je stoel en de vele straathonden opzij doet stuiven jakkert het wagentje een tiental keren per dag voorbij - van 4 uur 's-ochtends tot laat in de avond.
Ook al kwam er toch echt een mand met kippetjes met ons mee naar Quan Lan, het menu bestaat er toch voornamelijk uit vis, garnalen en sea food. Watertandend legde Duang ons uit dat toch eigenlijk een 'hot pot met sea food' niet mag missen - we hebben toch maar bedankt en het bij vis en garnalen gehouden - verbazend lekker was dat. We bestelden alleen veel te veel omdat je nooit weet of een gerecht nou een hele maaltijd is of slechts een (bij)gerecht.
's-Avonds weer bij het hotel gegeten. Waar het gisteren (zaterdag) superdruk was met hot-pot-etende weekendje-weg-Vietnamezen, waren we nu, samen met de (saaie) Engelsen die ook op onze boot zaten, de enige aanwezigen, was de staf lusteloos moe van het harde werken. Of misschien zei ik mijn Cam An (wat 'dank je wel' zou moeten betekenen) wel met net de verkeerde klemtoon waardoor het 'je moeder is een aap' betekent - we zullen het nooit weten.
zaterdag 10 juli 2010
Eline vertelt; op naar Quan Lan
Ons leven begon de volgende dag alweer vroeg; om half zeven ging de wekker, aangezien we om acht uur geacht werden klaar te staan mét al onze bagage, voor het busje dat ons op kwam halen. De vorige dag, vrijdag 9 juli, waren we vroeg naar bed gegaan, dus we moesten vrijwel alles nog inpakken. Anne en ik waren nog steeds vrij moe en deden het dus rustig aan. Hier waren onze ouders niet zo van gediend, en na wat geruzie over en weer was het inpakken klaar. Om iets over acht werden we zoals beloofd
opgehaald door het busje, inclusief gids Duang en chauffeur. De gids legde uit dat het een autoreis van zo'n honderdtwintig kilometer zou worden, en daarna nog een bootreis van ongeveer vier uur. Na zijn uitleg in vrijwel foutloos Engels gingen we op weg met ons eigen privé-busje.
Na ongeveer 2 uur gereden te hebben, stopten we bij een eetgelegenheid waar ook spullen werden verkocht die door 'disabled people' waren gemaakt. We bestelden wat fris te drinken, en gingen aan een tafeltje zitten, midden tussen de gehandicapte Vietnamese handarbeidertjes. Het was knap wat ze deden, ze misten een arm of been, of waren doof, toch konden ze prima overweg met het borduurwerk dat ze moesten doen.
Het geld dat de consumpties opleverden ging naar het goede doel, dus we hebben behoorlijk wat Oreo's ingeslagen, wat Anne en ik natuurlijk helemaal niet erg vonden (:
Nog twee uur later kwamen we aan bij het havenstadje, vanwaar we zouden vertrekken naar Quan Lan. Eerst gingen we op zoek naar iets eetbaars, wat later nog niet zo gemakkelijk bleek te zijn. Na veel geloop door het stadje kwamen we bij een Frans bakkertje, waar ze croissants, rozijnenbroodjes en dat soort dingen verkochten. Nadat mama weer eens ingeslagen had, liepen we al etend naar het bootje. We zaten er als een van de eersten, en keken vol verbazing wat er allemaal aan boord werd gesjouwd. Van maïskolven tot plasmaschermen, van alles werd aan boord getild. Wij met onze blanke hoofden en blonde haren (min papa) trokken veel bekijks. Gelukkig kwamen er op het laatste moment nog twee Engelsen aan boord.
Dit is niet onze boot hoor
Vier uur, een paar tussenstops en kotsende mensen later, kwamen we aan op Quan Lan, waar al een tuktuk van het hotel met draaiende motor op ons stond te wachten. Na nog even wat gesjouw met onze koffers zaten we veilig in de tuktuk, en besloten we nog even naar het strand gegaan, want daarvoor waren we er immers.
Nadat we onze zwemoutfits aangetrokken hadden, namen we een heerlijk verkoelende duik in het water, midden tussen de Avatar-rotsen. We waren als allerlaatste nog op het strand, tot na zonsondergang. Een prachtig en fijn land, Vietnam.
vrijdag 9 juli 2010
Opnieuw Hanoi
Na enig gezoek werden wij gevonden door dezelfde chauffeur die ons een paar dagen geleden ook al naar het station had gebracht. Maaike had hem al bijna met een routineus 'No thank you' weggestuurd omdat hij naar Mr Cat vroeg (maar Cees bleek te bedoelen) toen Anne er op wees dat het dezelfde man was.
Hij bracht ons in een ommedraai naar het pension van Vietnam a la Carte, waar eigenaar Cees ons op stond te wachten. Helaas konden we nog geen kamer betrekken, maar we konden er wel alvast douchen en ontbijten - een hele troost.
In het park er achter / naast troffen we in een klein parkje de 'One Pillar Pagoda' de op een pilaar gebouwd is (sic). Omdat we toch zeker al weer 300 m gelopen hadden moest er nodig weer iets gedronken worden, en beklom An het heiligdom.
Een stukje verderop (al tijden geen westerse toerist gezien) betraden we de Botanische Tuin. Uit een eerder bezoek aan Singapore wisten we dat dat best leuk kan zijn, ook voor niet-botanici. En zo ook hier. Onder de hoge bomen was het er (relatief) koel, en bovendien werd er op het moment van ons bezoek zowel een speelfilm opgenomen als een bruidsmodereportage geschoten.
Ook lief ...
Omdat het nu wel tegen lunchtijd liep, lieten we ons naar KOTO brengen (Know One
Teach One), een project waar kansarme/straat- kinderen een restaurant runnen - dat doet het natuurlijk altijd goed bij de rijke westerling. Het eten was er heerlijk.
De volgende halte was het gevangenismuseum, dat met name laat zien hoe vreselijk die kolonialistische Fransozen de patriottische helden hadden opgesloten en (sommigen) vermoord. Hoe het ook had gekund werd even verderop getoond, waar in geuren en kleuren uit de doeken werd gedaan hoe geweldig goed de Amerikaanse piloten (waar onder ook 2010 presidentskandidaat John McCain) die tijdens de Amerikaanse Oorlog (bij ons bekend als Vietnamoorlog) werden gevangengenomen werden behandeld - ze mochten pijp roken en basketballen (!). Het heette niet voor niets het Hanoi Hilton.
We rondden de dag af met een laatste rondje shoppen in het Hanoise Old Quarter, met als belangrijkste wapenfeit een Oranje Robin van Persie-tenue waarin Anne zondagavond de WK finale zal bekijken :-)